Wie spaart of belegt, betaalt in box 3 belasting over een fictief rendement. Dat forfait leidde tot veel protest, en in 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het systeem op gespannen voet staat met het eigendomsrecht. De overheid moest dus aan de slag – en na jaren wikken en wegen is er nu een wet die belastingplichtigen de kans geeft hun werkelijke rendement aan te tonen. Dit artikel laat zien hoe die tegenbewijsregeling werkt, wie ermee uit de voeten kan en wat er nog gaat veranderen.

Wetsnummer: 36.706 ·
Aangenomen door Eerste Kamer: 11 juli 2025 ·
Publicatie Staatsblad: 18 juli 2025 ·
Van toepassing op belastingjaren: vanaf 2025

Overzicht

1Bevestigde feiten
2Wat onduidelijk is
  • Exacte ingangsdatum nog niet in werking getreden per koninklijk besluit (Officiële bekendmakingen)
  • Hoe de Belastingdienst de bewijsvoering precies zal beoordelen (Officiële bekendmakingen)
  • Gevolgen voor lopende bezwaarprocedures bij de Belastingdienst (Officiële bekendmakingen)
3Tijdlijn-signaal
  • 2021: Hoge Raad arrest box 3-forfait strijdig met eigendomsrecht (Rechtspraak (rechterlijke macht))
  • 11 juli 2025: Wet aangenomen door Eerste Kamer (Eerste Kamer)
  • 18 juli 2025: Publicatie in Staatsblad (Officiële bekendmakingen)
4Wat komt hierna

Wat is de tegenbewijsregeling voor box 3?

Aanleiding: arrest Hoge Raad 24 december 2021

  • De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het box 3-forfait in strijd is met het eigendomsrecht onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (Rechtspraak (rechterlijke macht)).
  • Het stelsel van forfaitair rendement – waarbij de Belastingdienst uitgaat van een vast percentage, ongeacht het daadwerkelijke rendement – werd daarmee feitelijk onhoudbaar.
  • De wetgever kreeg de opdracht om herstel te bieden, wat leidde tot het wetsvoorstel tegenbewijsregeling (Eerste Kamer (wetgevende instantie)).

De wet introduceert een tegenbewijsregeling in box 3 om het stelsel in lijn te brengen met deze arresten, aldus de Eerste Kamer. Het is bedoeld als tijdelijke oplossing tot het nieuwe box 3-stelsel via de Wet werkelijk rendement box 3 in werking treedt – naar verwachting 1 januari 2028 volgens Meijburg (fiscaal adviesbureau).

De urgentie

De Hoge Raad legde de vinger precies op de zere plek: een spaarder die 0,5% rente kreeg maar belasting betaalde over 4% forfaitair rendement, werd onevenredig geraakt. De wetgever kon niet anders dan ingrijpen.

Doel van de wet: herstel van rechtszekerheid

De officiële titel luidt: ‘Wet van 14 juli 2025, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om een tegenbewijsregeling te introduceren bij het bepalen van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen’ (Officiële bekendmakingen (overheidsregister)). De kern is eenvoudig: als uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire bedrag dat de Belastingdienst hanteert, kunt u dat aantonen en krijgt u de te veel betaalde belasting terug.

De wet werkt voor onderdelen terug tot 1 januari 2023 en een ander onderdeel tot 1 januari 2017 (Officiële bekendmakingen). Dit betekent dat u mogelijk ook over eerdere jaren een claim kunt indienen.

Het impliciete signaal: de overheid erkent dat het forfaitaire stelsel onrechtvaardig uitpakte voor wie daadwerkelijk minder rendement haalde. De tegenbewijsregeling biedt een uitweg, maar het is aan de belastingplichtige om zelf de stap te zetten.

Het patroon: belastingplichtigen worden zelf verantwoordelijk voor het bewijs van lager rendement, maar de overheid erkent dat het oude systeem faalde.

Hoe werkt de tegenbewijsregeling in box 3?

Stap 1: Vaststellen werkelijk rendement

Het werkelijke rendement wordt berekend op basis van gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen en alle inkomsten uit uw box 3-vermogen (Meijburg (fiscaal adviesbureau)). Denk aan rente op spaarrekeningen, dividend op aandelen, huurinkomsten uit een tweede woning en de waardestijging of -daling van uw beleggingen.

Het OWR-formulier (Opgave Werkelijk Rendement) is op 10 juli 2025 beschikbaar gesteld via Mijn Belastingdienst (Meijburg). U vult hier uw werkelijke rendement in op basis van uw administratie.

Het lastige punt

Ongerealiseerde waardeveranderingen meetellen klinkt logisch, maar voor wie aandelen of een tweede woning heeft, kan dat forse schommelingen geven. Een papieren verlies dit jaar kan volgend jaar omslaan in winst – en dan moet u alsnog terugbetalen?

Stap 2: Vergelijken met forfaitair rendement

De Belastingdienst berekent eerst uw forfaitaire rendement op basis van de wettelijke percentages voor sparen, beleggen en schulden. Vervolgens vergelijkt u dat met uw werkelijke rendement. Als het werkelijke rendement lager ligt, kunt u het verschil verrekenen via uw aangifte of een bezwaarschrift (Meijburg (fiscaal adviesbureau)).

De vergelijking tussen de twee methodes:

Aspect Forfaitair rendement Werkelijk rendement
Basis Wettelijk vastgesteld percentage per vermogenssoort Daadwerkelijk gerealiseerd plus ongerealiseerd rendement
Bewijs Automatisch berekend door Belastingdienst Zelf aan te tonen met administratie en OWR-formulier
Risico Geen – u betaalt wat de wet voorschrijft U moet zelf bewijs leveren
Voordeel Eenvoudig en voorspelbaar Kans op lagere belasting als rendement tegenvalt

De afweging is helder: wie eenvoud wil, blijft bij het forfait. Wie denkt dat het werkelijke rendement structureel lager ligt, kan met de tegenbewijsregeling mogelijk flink besparen – maar dan moet u wel uw administratie op orde hebben.

Het patroon: de regeling vraagt om een bewuste keuze, waarbij u het risico van bewijsvoering zelf draagt tegenover de beloning van lagere belasting.

Stap 3: Tegenbewijs leveren bij de Belastingdienst

Het bewijs wordt geleverd via de aangifte inkomstenbelasting of een apart bezwaarschrift. De Rijksoverheid (overheidsvoorlichting) meldt dat belastingplichtigen sinds 1 juli 2025 geld kunnen terugvragen als zij te veel belasting hebben betaald. De Belastingdienst stuurde vanaf half juli 2025 brieven over de procedure (NDFR (fiscale vakpublicatie)).

Let op: de bewijslast ligt bij u. U moet kunnen aantonen wat uw werkelijke rendement was, bijvoorbeeld met bankafschriften, jaaroverzichten van uw vermogensbeheerder of een taxatie van uw tweede woning. De Belastingdienst toetst of uw opgave aannemelijk is.

Wat u nu al kunt doen

Verzamel uw beleggings- en spaaroverzichten van 2023, 2024 en 2025. Ook huurcontracten van een tweede woning en taxatierapporten zijn relevant. Hoe vollediger uw dossier, hoe kleiner de kans dat de Belastingdienst uw opgave afwijst.

Wie kan de tegenbewijsregeling toepassen?

Spaarders en beleggers in box 3

Iedere belastingplichtige met box 3-vermogen kan in principe een beroep doen op de tegenbewijsregeling (Meijburg (fiscaal adviesbureau)). Of u nu spaart, belegt in aandelen of obligaties, of een combinatie heeft – zolang uw werkelijke rendement onder het forfaitaire tarief blijft, komt u in aanmerking.

Praktijkvoorbeeld: een spaarder met € 100.000 op een rekening met 0,5% rente heeft werkelijk rendement van € 500. Het forfaitaire rendement over 2025 bedraagt naar verwachting ongeveer € 5.400 (uitgaande van 5,4% forfaitair voor beleggingen). Het verschil is aanzienlijk, en de tegenbewijsregeling biedt dan uitkomst.

Eigenaren van een tweede woning

Voor tweede woningen gelden specifieke regels. Het werkelijke rendement kan afwijken door huurinkomsten of waardedaling. Als uw vakantiehuisje in waarde daalt terwijl de huurinkomsten laag zijn, is de tegenbewijsregeling extra relevant. U moet dan wel de huurinkomsten, kosten en waardeveranderingen kunnen onderbouwen (Meijburg (fiscaal adviesbureau)).

Overige vermogensbestanddelen

Beleggingen, schulden en overige bezittingen vallen ook onder de regeling. Voor ondernemersvermogen dat in box 3 valt, geldt dezelfde procedure. De wet maakt geen onderscheid tussen particulier en zakelijk vermogen voor zover het in box 3 thuishoort.

Het impliciete voordeel: hoe diverser uw vermogen, hoe groter de kans dat het forfaitaire rendement niet klopt. De tegenbewijsregeling is dus vooral interessant voor wie veel in laagrenderende spaarproducten zit of juist in risicovolle beleggingen met schommelingen.

Wat dit betekent: niet alleen spaarders met lage rente profiteren, maar ook eigenaren van tweede woningen en beleggers met verlies kunnen de regeling inzetten om belasting terug te krijgen.

Is de tegenbewijsregeling box 3 aangenomen?

Goedkeuring Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 12 juni 2025 aangenomen (Eerste Kamer (wetgevende instantie)). Het voorstel werd breed gesteund, al waren er vragen over de uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst.

Goedkeuring Eerste Kamer

De Eerste Kamer stemde op 11 juli 2025 in met de wet (Meijburg (fiscaal adviesbureau)). Tijdens de stemming werd benadrukt dat de wet noodzakelijk is om te voldoen aan de uitspraak van de Hoge Raad en rechtszekerheid te bieden aan belastingplichtigen.

Publicatie in Staatsblad en inwerkingtreding

Op 18 juli 2025 is de wet gepubliceerd in Staatsblad 2025, 195 (Officiële bekendmakingen (overheidsregister)). De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, naar verwachting 1 januari 2026. Maar de regeling is al van toepassing op belastingjaren vanaf 2025 – wie over 2025 aangifte doet, kan dus al gebruikmaken van de tegenbewijsregeling.

“Deze regeling herstelt het vertrouwen in de belastingheffing over spaargeld en beleggingen.”

– Staatssecretaris van Financiën (Tweede Kamer)

“De wet is noodzakelijk om te voldoen aan de uitspraak van de Hoge Raad en rechtszekerheid te bieden.”

– Eerste Kamer (stemming 11 juli 2025)

“Het box 3-stelsel is in strijd met het eigendomsrecht en de wetgever moet herstel bieden.”

– Hoge Raad (arrest 24 december 2021)

Let op de terugwerkende kracht

Een onderdeel van de wet werkt terug tot 1 januari 2017. Dat opent de deur voor bezwaar over oudere jaren, maar de Belastingdienst heeft nog niet uitgewerkt hoe dat in de praktijk wordt afgehandeld. Houd uw bezwaren daarom zo compleet mogelijk.

Wat verandert er in 2027 voor huiseigenaren?

Overbruggingswet box 3 en de Wet werkelijk rendement

De tegenbewijsregeling is een tijdelijke oplossing. Vanaf 1 januari 2027 (of 2028 volgens sommige bronnen) wordt de Wet werkelijk rendement box 3 ingevoerd (Meijburg (fiscaal adviesbureau)). Die wet vervangt de tegenbewijsregeling en berekent de belasting direct op basis van het daadwerkelijke rendement, zonder dat u zelf iets hoeft aan te tonen.

Gevolgen voor eigen woning en vastgoed

Voor vastgoed in box 3 – zoals een tweede woning – gelden dan andere berekeningsmethodes. De Overbruggingswet box 3 vervalt, en het nieuwe stelsel moet eenvoudiger worden. Huiseigenaren die hun eigen woning in box 3 hebben (zeldzaam, maar mogelijk bij verhuur) moeten rekening houden met nieuwe forfaits.

Het nadeel voor wie nu bezwaar maakt: de tegenbewijsregeling is per definitie tijdelijk. Het loont om nu al uw situatie in kaart te brengen, want over een paar jaar is de regeling verleden tijd.

Het patroon: de tijdelijke tegenbewijsregeling geeft nu de kans op correctie, maar de definitieve wet werkelijk rendement moet vanaf 2027 de boel structureel herzien.
Aanvullende bronnen

deloitte.com, sra.nl, taxence.nl

Veelgestelde vragen

Heeft het zin om bezwaar te maken tegen box 3?

Ja, als uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. U kunt dan te veel betaalde belasting terugkrijgen via de tegenbewijsregeling. Het loont vooral voor spaarders met grote tegoeden tegen lage rente en voor beleggers die verlies hebben geleden.

Wat is de boete voor het niet opgeven van box 3?

Als u box 3-vermogen niet opgeeft, kan de Belastingdienst een navordering opleggen met een boete van maximaal 100% van de te weinig betaalde belasting. Bij opzet kan die boete oplopen tot 300%. Het is verstandig om uw vermogen correct aan te geven.

Welke jaren rechtsherstel box 3?

Het rechtsherstel betreft de jaren 2017 tot en met 2022. De Hoge Raad oordeelde in 2021 dat het forfaitaire stelsel strijdig is met het eigendomsrecht, en de Belastingdienst heeft een hersteloperatie gedaan voor die jaren. De tegenbewijsregeling geldt vanaf 2025.

Hoe bereken ik het werkelijk rendement in box 3?

U telt alle inkomsten (rente, dividend, huur) op bij de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van uw bezittingen. Het OWR-formulier op Mijn Belastingdienst helpt u daarbij. Houd uw jaaroverzichten van banken en beleggingsinstellingen bij.

Wat is het verschil tussen de tegenbewijsregeling en de Wet werkelijk rendement?

De tegenbewijsregeling is een tijdelijke noodoplossing: u moet zelf aantonen dat uw werkelijke rendement lager is. De Wet werkelijk rendement (verwacht 2027/2028) berekent de belasting direct op basis van het werkelijke rendement, zonder dat u actie hoeft te ondernemen.

Kan ik de tegenbewijsregeling ook voor eerdere jaren aanvragen?

Ja, de wet heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 voor het belangrijkste onderdeel, en tot 1 januari 2017 voor een specifiek onderdeel. U kunt dus bezwaar maken over eerdere jaren, maar u moet wel aannemelijk maken dat uw werkelijke rendement lager was.